Wanneer is een risico verantwoord?

Dat risicovol spel belangrijk is voor kinderen, betekent natuurlijk niet dat je kinderen zomaar aan elk gevaar moet blootstellen. Bij Volta hanteren we drie criteria waaraan we toetsen of kinderen ergens veilig mee kunnen leren werken:

  1. Inzichtelijkheid: Een kind moet het gevaar kunnen begrijpen, zelfstandig herkennen en het kunnen zien aankomen.
  2. Competent in het vermijden: Een kind moet het gevaar zelfstandig kunnen vermijden.
  3. Proportionaliteit: Als een kind iets toch niet goed doet, bijvoorbeeld doordat het even zijn aandacht verliest, dan moeten de gevolgen binnen proportie blijven.

Kinderen mogen pas ergens zelfstandig mee werken als aan alle drie de bovenstaande eisen kan worden voldaan. Als een kind iets niet kan en toch heel graag wil doen, bijvoorbeeld omdat zijn grote zus het wel mag, dan kan het meestal wel onder één-op-één begeleiding.

Hieronder een aantal voorbeelden van wat wel en niet kan.

Als kinderen iets voor het eerst doen, staan we er in het begin altijd even naast.

Wel inzichtelijk
  • de tanden van een zaag zijn scherp
  • splinters kunnen in je vingers prikken
  • vanaf 8 jaar: de soldeerbout is heet als hij aan staat
Niet inzichtelijk

Dit mogen kinderen dus niet bij ons doen

  • werken met vuurwerk, omdat het op een onvoorspelbaar moment kan ontploffen
  • jonger dan ongeveer 8 jaar: soldeerbout is heet, jonge kinderen kunnen zich hier gemakkelijk in vergissen omdat de soldeerbout, ook als hij heet is, eruit ziet als 'gewoon een stuk metaal'.
  • Werken met schakelingen die onder netspanning komen te staan (220V). Het gevaar van netspanning is erg abstract. Het kan brand veroorzaken of elektrocutie. Dat gevaar staat niet in proportie tot de kans dat kinderen iets fout doen. Als kinderen zelf iets hebben gemaakt wat in het stopcontact moet, dan gebeurt dat onder 1-op-1 begeleiding en na uitgebreide controle.
Wel competent in het vermijden
  • vanaf ongeveer 6/7 jaar: werk vastzetten en zagen met een handzaag
  • voorzichtig timmeren met een hamer
  • voorzichtig zagen met een zaag en een verstekbak
  • vanaf ongeveer 5/6 jaar in een kleine groep: boren met een dunne boor in een accuboormachine met beide handen op de boor.
  • vanaf ongeveer 8 jaar: boren met een accuboormachine waarbij ze een groot werkstuk met één hand vasthouden (die hand altijd dichterbij het lichaam, dan de boor)
Niet competent in het vermijden

Dit mogen kinderen dus niet bij ons doen.

  • boren met een 'echte' boormachine in de hand. Als de boor ergens tegenaan zou lopen en weg zou schieten, dan hebben kinderen onvoldoende kracht om de boor in bedwang te houden.
  • jonge kinderen kunnen alleen zelfstandig boren als de groep niet te groot is. De machine is te zwaar voor ze om gemakkelijk te hanteren. Ze kunnen de boor bv. alleen neerleggen, door hem met een zwaai beweging op de tafel te leggen. Daar moet dan voldoende ruimte voor zijn.
Wel proportioneel
  • vrij grote kans om een keer op je vingers te slaan
  • kleine kans dat hout uit je handen glijdt en kinderen een splinter in hun vingers krijgen
  • vanaf 8 jaar: vrij grote kans dat kinderen zichzelf een keer bezeren aan iets wat nog heet is na het solderen, bijvoorbeeld omdat ze geen geduld hebben om het af te laten koelen
  • vanaf 8 jaar: vrij kleine kans dat kinderen een klein blaartje krijgen door zich te branden aan de soldeerbout, bijvoorbeeld omdat ze uitschieten
Niet proportioneel

Dit mogen kinderen dus niet bij ons doen.

  • Sowieso alles waarbij kinderen dusdanig gewond zouden raken, dat het niet met een paar dagen (uiterlijk een week) genezen is.
  • Kinderen die met een te zware hamer timmeren. Daarmee kunnen ze niet mikken en dan zouden ze zichzelf dusdanig vaak bezeren, dat het niet meer proportie staat.
  • Snijden met een stanleymes. Uitschieten is nooit uit te sluiten en de verwondingen kunnen ernstig zijn.
  • jonger dan 8 jaar: Solderen: Er zou dan een grote kans zijn dat kinderen een brandblaar krijgen, doordat ze zich branden aan de soldeerbout. Dit komt omdat hun concentratievermogen vaak nog niet voldoende is en hun fijne motoriek ook nog niet nauwkeurig genoeg om dit veilig zelfstandig te doen.